De opvangcrisis van de duizenden migranten in Ceuta is het jongste onderwerp waarover de grootste oppositiepartij in Spanje, de conservatieve Partido Popular (PP), de degens kruist met de Spaanse regering. Om de situatie van de meest kwetsbare migranten in de Spaanse exclave in Noord-Afrika te verbeteren, maakte de regering woensdag bekend te werken aan de opvang van vijfhonderd minderjarige meisjes op het Spaanse vasteland. De PP, waartoe ook burgemeester Juan Vivas van Ceuta behoort, heeft dat plan fel afgewezen: hoewel de partij de migranten zo snel mogelijk weg wil hebben uit de exclave, is het Spaanse vasteland niet de bestemming die zij voor ogen heeft.

De opvangcrisis ontstond op 30 juli. In de dagen daarvoor waren al bovengemiddeld veel migranten van Marokko naar Ceuta gezwommen, maar op die donderdag werd de oversteek massaal gemaakt. Meer dan 70.000 mensen zwommen en klommen naar Ceuta, in de hoop door te reizen naar het Europese vasteland. Het overgrote merendeel van deze groep keerde in de dagen daarna terug naar Marokko, uitgeput door de oversteek en een gebrek aan eten, drinken en opvang in de exclave. Enkele duizenden mensen bleven achter, onder wie naar schatting zo’n drieduizend minderjarigen.