Als je vroeger zei dat je honger had, kreeg je soms te horen dat kinderen in Afrika honger hebben. Jij niet, jij had trek. Ik heb nooit het idee gehad dat zo’n terechtwijzing werd gemaakt uit bekommernis om kinderen in Afrika. Het was bedoeld om mij duidelijk te maken dat ik me niet zo moest aanstellen. De volwassenen in kwestie hadden daarin best een punt, maar ik heb het altijd wat flauw gevonden dat ze daarvoor de kinderen-in-Afrika-kaart nodig dachten te hebben. Als mijn vader een deuk in zijn auto reed en daarvan baalde, zei ik ook niet dat de volwassenen in Afrika niet eens een auto hébben.

In de Volkskrant stond deze week een oproep aan feministen om solidair te zijn met de vrouwen in Soedan. De feiten zijn afgrijselijk. Seksueel geweld wordt op grote schaal ingezet als wapen, ook minderjarigen zijn slachtoffer, onder wie zeer jonge kinderen. Volgens Jos Hummelen en Fatima Zainalabdin zijn Nederlandse feministische organisaties over dat onderwerp „oorverdovend stil”.

Om hun punt kracht bij te zetten, zetten ze het onbeschrijfelijke leed in Soedan af tegen een klacht van kunstenaar en feminist Esther van der Valk, die het woord schaamlip wil vervangen door vulvalip. De auteurs maken een hoop voorbehouden; natuurlijk mag Van der Valks feminisme er ook zijn, maar ze besluiten toch dat „een gevluchte Soedanese zwangere vrouw in een vluchtelingenkamp in Tsjaad er niets aan heeft als het woord ‘vulvalip’ wordt opgenomen in de dikke Van Dale”.