‘Onacceptabele beelden uit Spanje”, twitterde Dilan Yesilgöz over Ceuta. Nog geen uur eerder had voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen dezelfde woorden gebruikt: „The images coming from Ceuta are unacceptable.” Ik bleef hangen op die formulering, want zijn het echt de beelden die onacceptabel zijn? Als er door een onvoorstelbaar toeval geen camera’s bij waren geweest om het vast te leggen, hadden ze het dan wel oké gevonden?
Misschien is dat slappe semantiek. Misschien moet ik maar gewoon begrijpen dat ze bedoelen dat wat op de beelden te zien is niet door de beugel kan. Maar of ze het nou zo bedoelen of niet, de woorden zijn treffend gekozen. Want het migratiedebat draait inderdaad niet zozeer om wat er daadwerkelijk gebeurt, maar om het beeld dat we daarvan hebben.
Feitelijk zijn er 72.000 mensen, vooral jonge Marokkaanse mannen, illegaal Ceuta binnengekomen. Door grootschalige, waarschijnlijk gecoördineerde verspreiding van desinformatie op sociale media dachten veel mensen dat het bereiken van Ceuta een kans zou bieden op asiel in Europa. Dat klopt niet en bijna iedereen die Ceuta wist te bereiken is alweer terug in Marokko. Dat is geen verre reis, want als je de landkaart erbij pakt zie je dat het Spaanse Ceuta niet in Spanje ligt, maar in Marokko. „Toekijken hoe illegale migranten Europa binnenstromen is geen optie”, schreef Yesilgöz en ik heb goed nieuws voor haar: dat gebeurt dus ook niet.














