„Heb je dat filmpje gezien van die agent die een vrouw op de grond smijt? Ze was zwanger he?” – „Ja, heftig! Maar ik las ook dat die agent nu bedreigd wordt, dat gaat ook te ver.” – „Oh echt? Jezus man, wat bezielt mensen toch?” Zo’n gesprek moet zo’n beetje het droomscenario zijn van de communicatieafdeling van de politie, nadat een van hun medewerkers over de schreef is gegaan.
Het verhaal was in eerste instantie eenduidig: in een azc werd halverwege mei inderdaad een zwangere vrouw tegen de grond gesmeten. Dat is voor de politie geen lekker verhaal, het riep in Nederland en daarbuiten veel verontwaardiging op. En het staat op beeld, dus het valt niet te ontkennen. Dus wat doe je dan als woordvoerder? Je zet er een tweede verhaal naast. Een verhaal waar de agent geen dader is, maar slachtoffer. Als je nu googlet naar het incident, stuit je op koppen als „Politie ontvangt via sociale media bedreigingen naar aanleiding van aanhouding in azc Zeist”, (De Volkskrant), „Politie krijgt bedreigingen op sociale media binnen na aanhouding Zeist” (NOS) en „Politie ontvangt ‘heftige bedreigingen’ op sociale media na aanhouding in Zeist” (Nu.nl).
Dat een agent wordt bedreigd zegt niets over het incident dat de aanleiding vormt voor die bedreiging








