Wie redt het en wie redt het niet? Op de intensive care noteerde intensivist Bas van Bussel altijd netjes factoren die de overlevingskans bepalen: onder meer leeftijd, geslacht en ernst van de ziekte. Maar, dacht hij, voor een vollediger beeld moet ook sociaaleconomische status worden meegewogen – welvaart, opleiding en werk.

Omdat IC-patiënten er „altijd belabberd uitzien”, dook hij in de data. Van Bussel (Maastricht UMC+) en andere onderzoekers, onder meer van het Amsterdam UMC, analyseerden ruim een half miljoen Nederlandse IC-opnamen tussen 2014 en 2022. Ze deelden IC-patiënten in vijf groepen in: van laagste naar hoogste sociaaleconomische status.

Wat bleek? Van de groep met de laagste status overleed 16,8 procent in het ziekenhuis, van de hoogste ‘slechts’ 7,9 procent. Hun conclusie: minder geschoolde, armere mensen hebben 60 procent meer kans om te overlijden op de IC dan mensen met een hogere sociale status. „Waar iemands huis staat bepaalt mede of diegene de IC overleeft, hoewel de patiënt alle benodigde IC-behandelingen krijgt. Dat is toch heel raar? Er is een stukje dat we als artsen niet in de hand hebben.”

Roken en drinken

Van Bussel dacht eerst: sociaaleconomische status zal wel helemaal verklaard worden door de ziektes die mensen „aan boord” hebben, bijvoorbeeld klinisch nier- en hartfalen, levercirrose, kanker en longaandoeningen. Omdat armere, minder geschoolde mensen misschien meer roken of drinken. „Maar als we onder meer COPD buiten beschouwing laten, blijft er nog steeds een verschil bestaan.”