De vrouw is geërgerd dat de man zo weinig tegen haar zegt. Ze vraagt hem wat er aan de hand is. Er is aan de hand, zegt hij, dat jij niet luistert. Je vraagt naar mijn werk, mijn werk gaat niet goed, ik zeg het tegen je, je hoort het niet. Je begint zomaar midden in het gesprek over mensen die je langs de kant van de weg ziet. Wie kan het wat schelen? Je eet te weinig en dan heb je honger en dan gaat het alleen maar over dat we iets te eten moeten vinden voor jou.

Ze is, vindt hij, wel erg met zichzelf bezig.

De vrouw loopt weg en laat het tot zich doordringen. Ze voelt zich ellendig.

Een scène uit een boek, om precies te zijn Oh William! van Elizabeth Strout. Je hebt de hele tijd met de vrouw meegedacht dus het is je ontgaan dat – wacht even: ‘dus’? Je kon het zien, maar nee, je ging gewoon mee in haar zelfzuchtigheid.

Vlak daarna las ik in een totaal ander boek, Wrong Norma van Anne Carson, een verhaal over een vrouw die ’s ochtends in een meer gaat zwemmen en gedachten heeft, ze denkt over zichzelf: ‘ze is een van de zelfzuchtigste mensen die ze kent’. Ze denkt er nog wat over na. Dat het een lastig te veranderen aspect van de persoonlijkheid is. Dat ze zo weinig vreugde schept in welwillendheid, interactie, liefdadigheid, dat generositeit van haar kant vaak verkeerd uitpakt, nee, geef haar maar dit, het water ingaan op een stille morgen, nergens iemand te bekennen.