De laatste tijd strandde in mijn omgeving een aantal relaties waarbij er achteraf sprake van agressie bleek te zijn. Een goede vriend biechtte op dat hij soms dagenlang werd doodgezwegen door zijn geliefde wanneer hij haar zin niet deed, een vriendin bleek een echtgenoot te hebben die tijdens ruzies net zolang in haar gezicht brulde tot ze inbond. Nergens vielen klappen, maar mentaal en emotioneel was de schade groot.
De eerste reactie van de buitenwereld is vaak dat zo’n agressor (m/v) wel een narcist/sadist/sociopaat moet zijn, maar onlangs las ik een boek waarin een misschien nog wel verontrustender verklaring wordt gegeven. In Why does he do that (2002) beschrijft de Amerikaanse onderzoeker Lundy Bancroft gesprekken met mannen die vastzaten wegens huiselijk geweld. De meerderheid bleek geen traumatische jeugd, persoonlijkheidsstoornis of autoriteitsprobleem te hebben, noch een geschiedenis van geweld. Ze waren agressief omdat ze vonden dat hun geliefde niet zorgzaam, dienstbaar of onderdanig genoeg was.
Onschuldig en romantisch?
Het revolutionaire van Bancrofts analyse is dat hij huiselijk geweld niet alleen verklaart vanuit een persoonlijkheidsstoornis of de levensloop van de enkeling, maar ook vanuit een cultuur. Waarbij de één vooral de rechten, en de ander vooral de plichten heeft. En o wee als de laatste zich niet aan zijn of haar rol houdt.










