Ik zei: „Ik heb een casus.” Dat betekent dat ik over een man wil praten. „Het vergt context”, vervolgde ik, wat een fraaie manier is om te zeggen: dit gaat even duren. Ik zat op mijn dertigste verjaardag in een restaurant met twee vriendinnen en op mijn bord lag een onaangeroerde pizza margherita langzaam koud te worden. Ik moest nu eerst de laatste gebeurtenis in mijn datingleven navertellen.
Ze waren niet de eersten aan wie ik de casus voorlegde en ze zullen ook niet de laatsten zijn, want er heerst de laatste jaren helaas een vloek op mij, die maakt dat ik mijn datingleven niet voor mezelf kan houden. Ik distribueer de verhalen onder vrienden, collega’s en elke vage bekende die me uit laat praten, zodat je ze haast een gemeenschappelijk goed kunt noemen. Er bestaat niet zoiets als ‘mijn’ datingleven – dit datingleven behoort toe aan de community.
Ik ben daar niet trots op, wil ik er meteen bij vermelden. Ik spendeer lange nachten in bed met mijn ogen wijd open, terwijl ik me afvraag waarom ik toch weer aan een onschuldige voorbijganger heb verteld over de keer dat ik viel voor een man die graag hawaïshirts droeg. Net te grote hawaïshirts. Dat heb ik al aan zo veel mensen verteld. Ik kan niet geloven dat ik het nu weer heb gedaan.






