Op de heetste dag posteerden Willem en ik ons aan een tafeltje op de achterste rij van het terras, onder de zwarte luifel, op de Grote Markt. We klapten onze laptops open, bestelden cola zero en ijsblokjes in een apart glas. Een bruidspaar liep aan het terras voorbij. Hij had een Jumbo-tas vast, zijn rug was nat. Haar make-up parelde in bruine druppels op haar voorhoofd, haar krullen zakten slap langs haar schouders omlaag. De strapless witte jurk trok als een dwangbuis om haar romp, maar toch, ze waren getrouwd. Hij hield in het voorbijgaan haar hand even omhoog voor de mensen, er werd geklapt, ze glimlachte naar hem.
De middag zette in, om ons heen werd steeds meer bier gedronken. Mijn gekruiste benen glibberden steeds van elkaar af, wel lekker eigenlijk. We klapten onze laptops dicht, het zou niet gaan vandaag.
Toen belde een vriendin. Ze vroeg me of ik ‘de reactie van de Dolle Mina’s’ al had gelezen. Dat had ik niet.
Ze bleken een statement te hebben uitgevaardigd vanwege mijn vorige column, over Thijs Römer en zijn voorstelling. Daarin verweet ik de Dolle Mina’s kort gezegd de ondermijning van de vrijheid van de kunsten, door middel van online hetzerij. Want niet de inhoud van de voorstelling werd door hen bekritiseerd, maar het feit dat Römer het überhaupt waagde op een podium te staan.






