Het is ruim tweeëndertig graden, de zon staat goed, en op tafel staat een kleine viering: voor mij een ossenhaas, voor mijn partner een kreeft, allebei van het soort waar je niet over uitweidt omdat je dan sentimenteel wordt. Naast ons, op een goeie meter afstand, klikt een aansteker. En daar komt-ie: een grijsblauwe sliert die zich, alsof het zo hoort, over beide borden vlijt. We betalen een klein vermogen voor het eten en krijgen de Marlboro van de buurman er gratis bij.

Laat ik eerlijk zijn over de aantallen, want de roker roept altijd meteen „vrijheid”. In 2025 rookte nog 17,8 procent van de volwassen Nederlanders. In 2014 was dat ruim een kwart volgens het CBS. Een op de vijf, dus, en die ene bepaalt op het terras de lucht voor de andere vier. Dat is geen vrijheid. Dat is een veto, uitgedeeld door wie het hardst opsteekt.

Nu hoor ik de kroegbaas al. Een rookverbod is voor hem de doodsteek, zegt hij, 90 procent van zijn klanten rookt, en het binnenverbod kostte hem destijds een kwart van de omzet. Daar zit wat in, en ik gun hem zijn bruine café met zijn trouwe pafkliek. Maar laten we niet doen alsof een terras vol biertjes hetzelfde is als een terras waar mensen kreeft eten. In de brasserie waar de keuken de kassa vult, kost een rookvrij terras niets; dat hebben de ondernemers die het gewoon deden allang gemerkt. Het is dus geen kwestie van failliet gaan. Het is een kwestie van durven kiezen.Kijk eens over de grens, naar het land dat wij stiekem als de trage neef zien. De Belgen verbieden roken op het terras vanaf 2027, niet met een bordje en een vriendelijk verzoek, maar met een boete tot in de duizenden euro’s. Zweden deed het al in 2019. Milaan, Spanje, half Europa schuift dezelfde kant op, en zelfs Brussel sprak vorig jaar uit dat het terras rookvrij hoort te worden. Frankrijk maakte ondertussen de stranden en de parken rookvrij; alleen het terras hielden ze net buiten schot, waarschijnlijk omdat een Fransman zonder sigaret op een terras ophoudt Frans te zijn. Wij doen helemaal niets en noemen dat tolerantie. Want ja, het is vrijheid. Het mooiste is het advies dat je krijgt als je er iets van zegt. „Heeft u last? Gaat u dan lekker binnen zitten.” Daar zit de hele omgekeerde wereld in één zin. Vier van de vijf mensen mogen verkassen, zodat de vijfde kan blijven paffen. In welk ander gezelschap sturen we de meerderheid naar binnen voor de minderheid? Onze borden zijn intussen koud. De ossenhaas smaakt vaag naar shag, de kreeft naar asbak.