Warm weer. Gevoelstemperatuur van bijna veertig graden. Mijn hoofd is een kokende voetbal. Er doolt nieuws door mijn warme hersenpan. Zoals het gala voor ongeletterde vechtsporters in de tuin van het Witte Huis. Obees publiek bij kooivechtjassen dat de verjaardag van de plaatselijke president viert. Een mentaal doodzieke meneer die volgens hemzelf zojuist een oorlog heeft gewonnen. Zijn Iraanse tegenstanders zeggen hetzelfde.
De president schreeuwt even later in zijn mobiel dat de vedetten op het WK geen rode of gele kaarten kunnen krijgen. No yellow. No red. Hij briest dat tegen FIFA-baas Infantino die in de VAR-ruimte bij Argentinië-Algerije staat. Al verdwijnen hun noppen diep in de kuit van de scheids of de grens. No yellow. No red.
De kale psychopaat somt het lijstje met onschendbare vedetten op. Ronaldo, Messi, Kane, Mbappé, Haaland en Yamal. En de drinkpauzes moeten langer. Tijd is geld. Dollardorstig lispelt hij onmogelijke reclame-inkomsten.
Ik lees over assistent-trainer Ruud van Nistelrooij die zijn vijftigste verjaardag veel te vroeg gevierd heeft en daardoor veel te laat op zijn werk verscheen. Zijn zachtmoedige baasje Ronald vond dat niet erg. Je wordt nou eenmaal maar één keer vijftig en nooit wereldkampioen. Zeker niet als je met 2-1 voorstaat, de coach radeloos gaat wisselen en het alsnog 2-2 wordt. Die coach is daar vervolgens zo blij mee dat hij de volledige selectie beloont met een tuttige familiedag. En die domme Fransen, Duitsers en Engelsen maar trainen. Aanstellers.















