Dit weekend ontmoette ik tijdens Nederland-Zweden iemand die erg op ChatGPT leek, in de zin dat ze enorme hoeveelheden vloeistof en energie opslurpte en er vervolgens alleen maar gemiddelden uitkwamen. Ze zei dingen als dat het leven geen wedstrijd is maar een spel waarvoor niemand de opstelling krijgt maar waar je wel zelf de slingers bij moet ophangen. Ik luisterde gefascineerd, niet zozeer vanwege de uitspraken als om de zelfverzekerdheid waarmee ze werden gedaan. En ook doordat ze, al pratende, mij en mijn broer steeds verder in een hoek had gemanoeuvreerd.
„Het is de drank”, fluisterde hij toen onze gespreksgenoot even afgeleid raakte door een doelpunt. „Ik ken haar, normaal is ze enorm verlegen.”
Ah, het kwam dus door alcohol, dat aloude portaal naar het eigen ik.
„Ik heb dorst”, zei mijn broer toen ze haar aandacht weer op ons richtte en nog voor ik kon gillen dat ik mee wilde was hij al verdwenen, waardoor ik in mijn eentje stond blootgesteld aan dat spervuur van algemeenheden. Terwijl ze doortetterde bekroop me naast ergernis en machteloosheid opeens het besef dat áls deze vrouw van nature inderdaad zo verlegen was, ze misschien ook nooit echt had geleerd om een gesprek te voeren. En ze dus alleen maar zelf het woord durfde te nemen wanneer er zijwieltjes van bier waren.






