Over de vraag of de migratiecrisis bij Ceuta wel een migratiecrisis was, is al veel inkt gevloeid. De nieuwsdynamiek in komkommertijd is altijd dezelfde: als er wekenlang weinig gebeurt, wordt datgene wat er wél gebeurt eindeloos opgeblazen en uit proportie getrokken. Intussen is duidelijk dat er niet alleen tienduizenden jonge Marokkanen op drift waren, maar evenzovele keyboard warriors in Amerika, Rusland, Europa en Israël die paniek zaaiden om er politiek munt uit te slaan. Toen de Marokkanen allang weer thuis waren, kwamen deze strijders pas lekker op stoom. Oud-eurocommissaris Thierry Breton noemde dit Europa’s „eerste algoritmisch-hybride aanval”.
Wie erachter zat, blijft onduidelijk. Maar dat Europa zich als het gedroomde slachtoffer gedroeg, is zeker: niet Ceuta bracht Europa in gevaar, maar Europese landen die elkaar in de oude, nationalistische reflex naar de strot vlogen. Zij moeten die reflex leren bedwingen, want de episode-Ceuta is typerend voor onze tijdgeest en legt een nieuwe geopolitieke orde bloot. Een orde waarbij gezag en macht niet enkel meer berusten op het bezit van territorium, grondstoffen of een superieur leger, maar ook op controle van stromen – ofwel het vermogen om de flux van mensen, goederen, geld, data, informatie of energie te organiseren, veilig te stellen, te manipuleren of te ontregelen. Wie cruciale knelpunten van waterwegen, handelsroutes, geldstromen, datakabels, migratieroutes of gaspijplijnen controleert, kan anderen domineren.













