Nog even, en dan zullen we ijzer zien branden. Dat klinkt misschien raar, maar dat is toch echt wat ze hier onderzoeken, bij de onderzoeksgroep ‘power & flow’ aan de Technische Universiteit Eindhoven: de verbranding van ijzer en andere metalen als bron van CO2-vrije energie. Met de grote vraag: kan dit een alternatief zijn voor fossiele brandstoffen?

„Steek ’m maar eens aan”, zegt Roy Hermanns, technisch natuurkundige en coördinator van het programma ‘metal fuels’. Student Kai Hurks en promovendus Giliam van der Wielen starten een machine op. Overal lopen zilverglimmende buizen en leidingen. Centraal staat een koker met in het midden een taps toelopende, roestvrijstalen punt, waar zometeen ijzerpoeder door omhoog zal worden gespoten. Hurks reguleert de toevoer van hete lucht die het ijzerpoeder moet laten ontbranden. „Het verwarmingselement moet eerst opwarmen tot een graad of 600, dat duurt nog wel even”, zegt hij.

Intussen legt Hermanns de achtergrond uit. We moeten van de fossiele brandstoffen af, want die veroorzaken klimaatopwarming. Zonne- en windenergie zijn alternatieven waarop breed wordt ingezet. Maar wat als de zon niet schijnt, of als het niet waait? „Je hebt in dit systeem veel opslagcapaciteit nodig”, zegt Hermanns. Met elektriciteit kan dat in grote batterijen. Daarvoor moet het stroomnet worden uitgebreid, maar dat proces gaat in Nederland momenteel veel te langzaam om de groeiende vraag bij te benen. Je kunt (overtollige) wind- en zonne-energie ook omzetten in waterstof en dat in tanks opslaan, zegt Hermanns. Maar waterstof is explosief. Opslag en transport vragen extra veiligheidsmaatregelen.