„Het vuur komt alles oordelen en achterhalen.” Het is (in de vertaling van Paul Claes) een van de overgeleverde fragmenten van de Griekse filosoof Herakleitos, die rond 500 voor Christus leefde in Ionisch Klein-Azië, het huidige Turkije. Een naar verluidt solitaire man, wiens wijsgerige werk is overgeleverd in vaak cryptische fragmenten. Met als de bekendste panta rei, ‘alles stroomt’ (oftewel, je stapt nooit twee keer in dezelfde rivier) en polemos pantoon pater, ‘strijd is de vader van alles’.

En die over vuur dus. Want het vuur oordeelt niet alleen – een prelude op het christelijke Laatste Oordeel, volgens sommige commentaren – het is ook ‘verstandig’ (phronimos), ‘schaarste’ (chresmosyne) en ‘overvloed’ (koros). Wat bedoelt hij daarmee? Claes ziet er een soort dialectiek in: het Vuur verenigt alles in zich, maar tegenstrijdig: „Het schept en vernietigt tegelijkertijd.” Dat kun je wel zeggen, want in nog een ander fragment heet het dat het vuur de wereld maakt én onderuithaalt. Het is „een eeuwig levend Vuur dat in dezelfde mate ontvlamt als uitdooft”.

Vroege Griekse filosofen als Herakleitos zochten naar het kosmische arche, het oerprincipe waaruit alles tevoorschijn was gekomen – en wie weet weer in ten onder gaat. En wat ligt er dan meer voor de hand dan een van de vier traditionele elementen aarde, water, lucht en vuur? Herakleitos koos voor het vuur dat licht en warmte geeft, energie dus, maar dat ook alles kan vernietigen en platbranden. Vuuroffers, om de goden gunstig te stemmen en de kosmische harmonie in stand te houden, waren schering en inslag in de antieke wereld, van het oude Griekenland en Mesopotamië tot in India.