Par le feu, tout change,” schreef de Franse filosoof Gaston Bachelard in zijn boek La Psychanalyse du Feu in 1938, door het vuur verandert alles. Huizen gaan in vlammen op, mensenlevens worden verwoest, de vertrouwde omgeving wordt nooit meer dezelfde. Wat is verbrand, komt niet terug. Toch is onze reactie op de grote bosbranden in Europa die elk jaar groter, talrijker en heviger worden, altijd dezelfde: we roepen dat we meer blusvliegtuigen nodig hebben, dat we harder moeten optreden tegen pyromanen, meer brandweerlui moeten inzetten en meer geld en materieel. Kortom, dat we alles moeten doen om het vuur meester te worden. Regionaal, nationaal, Europees.
Maar dit antwoord volstaat niet meer. De gigantische branden deze zomer zijn bijna allemaal megabranden. Megabranden zijn niet onder controle te krijgen. Ze verzengen alles, zelfs boomwortels, en creëren hun eigen klimaatverandering, met tornado’s en vuurbommen. Ze doven om spontaan weer op te laaien, verspreiden zich razendsnel, vermalen de aarde tot stof en veroorzaken een hitte die kilometers verderop voelbaar is. Megabranden hebben hun eigen dynamiek en laten zich niet temmen. Zelfs met meer en krachtiger blusvliegtuigen, veel meer brandweerlieden en alle technische vernuft dat je maar kunt bedenken, laten megabranden zich niet bedwingen. Alleen als er door wind, sneeuw of regen niets meer te verbranden is, dooft het vuur.






