Kampvuurverhalen, fikkie stoken, gezellig de kachel aan, een vurig karakter, enthousiasme dat de vonken ervan afspringen – bij de mens is vuur overal. En alleen bij de mens. Vuurgebruik geldt als uniek kenmerk van de mens (net als taalgebruik). En dat vuurgebruik bestaat al zeker 400.000 jaar. (Hoe oud taalgebruik is weet niemand.)
Tussen 400.000 en 350.000 jaar geleden duiken op allerlei plekken in Eurazië archeologisch betrouwbare vuurplaatsen op. Sindsdien kan het menselijk vuurgebruik ‘regulier’ worden genoemd, aldus een fundamenteel overzicht van prehistorische vuurverspreiding door Nederlandse archeologen, dat vijf jaar geleden verscheen.
Er zijn wel oudere, veronderstelde maar nooit bewezen menselijke vuurplaatsen – tot 1,8 miljoen jaar oud. En misschien zijn sommige daarvan toch géén blikseminslagen of toevallige resten van een natuurbrand. Dat zou ook bijzonder mooi uitkomen in het schema van de menselijke evolutie, precies aan het begin van Homo erectus, de eerste mensachtige met flinke hersenen, een rijzige gestalte en serieus gereedschapsgebruik. Daarbij past wel een machtig vuur. Maar sowieso blijft het dan bij incidenten. Losse vonkjes.
Het vuur gaat pas echt los na 400.000 jaar geleden, als Homo erectus al flink is doorgeëvolueerd en onze soort Homo sapiens nog nét niet bestaat (dat is vanaf ca. 320.000 jaar geleden). De meeste mensensoorten die rond 400.000 jaar geleden leven (‘proto-neanderthalers’, ‘proto-sapiens’) hebben dan hersenen die in omvang niet veel onderdoen voor die van de nu levende mensen. En ze hebben nog veel meer, want zo snel verspreidde zich toen dat reguliere vuurgebruik dat de betrokken archeologen (onder meer Katharine MacDonald en Wil Roebroeks) spreken van ‘de eerste grootscheepse cultuurverspreiding in de menselijke evolutie’. Het vuur is toen verspreid door uitwisseling over grote afstand, via via, van groep naar groep, door informatieoverdracht. Voor een verspreiding door bevolkingsverplaatsing, door mensengroepen die het vuur méénemen naar een heel andere plek, ging die verspreiding toen te snel, oordelen de archeologen.






