Sommige dingen gaan al zo lang op dezelfde manier, dat we zijn vergeten waarom we dat ook alweer doen. Op de snelweg rijden we 100 kilometer per uur. Een voetbalelftal heeft tien veldspelers en een keeper. En een gezonde woningmarkt heeft een woningtekort van zo’n 2 procent.

Maar waaróm is dat zo? Pieter Voogt, een betrokken NRC-lezer, stelde deze vraag bij een bericht dat ik over woningtekorten schreef. Het artikel noemt het streefdoel van het kabinet voor een ‘gezond’ woningtekort van 2 procent van de totale woningvoorraad. Helemaal platgeslagen: er zullen dus altijd nét iets meer woningzoekenden zijn dan voor hen geschikte woningen.

Dit ‘streeftekort’ van 2 procent komt al sinds mensenheugenis terug in het volkshuisvestingsbeleid van het kabinet. Niemand lijkt zich er nog vragen bij te stellen. Behalve Pieter Voogt: waarom moet er eigenlijk een huizentekort van 2 procent zijn, en wie heeft dat bedacht, zo mailt hij. „Waarom niet 1 procent? Waarom niet 0 procent tekort? Waarom geen overschot?” Is het immers niet de grondwettelijke taak van de overheid om te zorgen voor ‘voldoende’ woningen? Is zo’n streeftekort, kortom, niet gewoon een politieke keuze?

In deze NRC Voorkennis gaan we deze vraag eens afpellen.