Demi van den Wildenberg was niet anders gewend. Sinds ze in 2017 op de NK indoor als atlete haar debuut maakte op het hoogste niveau, had ze altijd te maken met televisiecamera’s die van dichtbij vastlegden hoe ze vanuit het startblok omhoogkwam voor haar 100 meter, en hoe ze na de finish voorovergebogen stond bij te komen.

Dan zag de 26-jarige sprintster later hoe de camera’s hadden ingezoomd op haar billen, of hoe in de herhaling van de race de bewegingen van haar achterwerk in slowmotion werden getoond. Ook bij andere atletes zag ze het gebeuren: beelden van een verspringster bij wie het broekje omhooggeschoven was bij de landing in het zand, of van een hoogspringster in volle vlucht van wie het kruis werd gefilmd.

Dus toen Van den Wildenberg hoorde van de nieuwe richtlijnen die de Europese atletiekbond en de European Broadcasting Union (EBU) vorige maand publiceerden voor „respectvolle verslaggeving” van vrouwelijke atleten, was ze opgetogen. „Tegelijkertijd dacht ik ook: het is echt te bizar voor woorden dat dit nodig is.”

Vrouwelijke atleten worden historisch vaker belicht op basis van hun uiterlijk dan op basis van hun prestaties

De richtlijnen, die zijn opgesteld in samenwerking met atletes, regisseurs en cameramensen, bestaan uit diverse schetsen van camerastandpunten bij atletiekdisciplines als hoogspringen, verspringen, polsstokhoogspringen en loopnummers. Er staan zowel voorbeelden in van hoe het volgens de initiatiefnemers wél moet, als van beelden die voortaan níét meer getoond zouden moeten worden.