Op een middag in 2007 speelde de toen negentienjarige Jacob Tsimerman een potje Phutball op de wiskundefaculteit van Princeton University. Dat deed hij met John Conway, de charismatische wiskundige en bedenker van Phutball – kort voor Philosopher’s Football. Een bal wordt er niet bij gebruikt; het is een strategisch bordspel dat wordt gespeeld op een rooster met zwarte en witte stenen.
Tsimerman verloor van de grote meester, maar een revanche volgde. Tsimerman moest en zou nog een potje spelen, al had hij daar eigenlijk geen tijd voor: als jonge promovendus werd hij verwacht bij een seminar dat zou beginnen. De revanche pakte gunstig uit voor Tsimerman: ditmaal won hij. „Maar hij is nu wel vijftien minuten te laat bij het seminar”, gniffelde Conway. „Dat is mijn echte doel met deze spellen: het ruïneren van al die veelbelovende jonge talenten.”
Conway bedoelde dit uiteraard ironisch. Het talent van Tsimerman was al vroeg onbetwist. Als scholier deed hij twee keer mee aan de Internationale Wiskunde Olympiade; beide keren won hij een gouden medaille. Bij zijn tweede deelname, in 2004, had hij zelfs een perfecte score: 42 van de 42 punten, al kostte het de jury extreem veel moeite zijn handschrift te ontcijferen. Bij het schrijven van x+t produceerde Tsimerman drie identieke symbolen.










