Er zit een hond op tafel. Zijn naam is Willem. Een half jaar geleden heeft Rob van Geet (83) hem gekocht. „Ik werd eenzaam, de muren kwamen op me af”, vertelt hij aan de koffie in het restaurant van Nieuweweg, een woonvoorziening in Hoofddorp voor mensen met een verstandelijke beperking. Willem is een robothond. „Ik beschouw hem als een echte hond. Hij is voor mij meer dan een vriend. Sinds ik deze hond heb, ben ik niet meer eenzaam.”
De woonvoorziening in Hoofddorp geldt als voorbeeld van hoe de gehandicaptensector voortaan wil gaan werken: meer zelfstandigheid voor cliënten, meer contact met ‘de maatschappij’, minder focus op hun beperkingen en meer op wat bewoners wél kunnen. Noodzakelijk is een „grote verandering” binnen de zorg én de samenleving, stelt de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland in een onlangs verschenen Visie 2035, opdat mensen met een beperking een „betekenisvol eigen leven” kunnen leiden.
Lees ook
Mensen met een beperking kunnen niet goed meedraaien in de samenleving omdat van alles voor ze wordt bepaald
Daarmee bedoelt de sector „dat je waardevolle relaties kunt aangaan, erbij hoort en de kans hebt om je te ontwikkelen”. De gehandicaptenzorg „wil en moet veranderen”, aldus de visie, al was het maar om met weinig personeel goede zorg te kunnen bieden. Er werken ongeveer 200.000 mensen in de gehandicaptenzorg; dit jaar zijn er ruim 8.000 vacatures, en bij ongewijzigd beleid wordt dat tekort aan medewerkers voor 2034 geraamd op 22.000. „Het aantal mensen dat professionele zorg of ondersteuning nodig heeft, groeit, terwijl het aantal mensen dat in de zorg werkt, niet hard genoeg meegroeit.”








