‘Een echt huisje”, zegt Edwin. „Een hond. Een vriendin. En een beetje muziek maken.”
Als hij kan en durft te dromen, is dat zijn wens. Uitgesproken in een moment van helderheid, ergens tussen twee psychoses in, ergens tussen twee politiebureaus. Edwin leefde ruim twintig jaar in de ruimte tussen systemen. Te complex voor de ggz, te instabiel voor de daklozenopvang, te zorgbehoevend voor de gevangenis. Dus pendelt hij. Crisisopvang, straat, rechtszaal, politiebureau. Steeds opnieuw. Met soms een periode van stabiliteit en hoop, waarin hij droomt van een hond.
Journalist Bas Haan (NRC) schrijft in zijn boek Dodelijke zorg over Edwin, die door ontoereikende zorg en falende systemen uiteindelijk zo wanhopig raakt dat hij zich verhangt in een politiecel. Recent reageerde Josephine Lenssen, geneesheer-directeur van de ggz-instelling die voor Edwin moest zorgen in NRC (5/6): „Ik kan die mensen niet in mijn kliniek houden als het niet doelmatig is.”
Op 9 juni presenteerde Jason Bhugwandass zijn rapport Eenzaam gestorven, de opvolger van zijn eerdere rapport Eenzaam gesloten uit 2024, over de misstanden in de twee ‘zeer intensieve kortdurende observatie en stabilisatie’-afdelingen (ZIKOS) in de gesloten jeugdzorg. Bhugwandass stond in pak, achter een doodskist. Eromheen foto’s van zeven jongeren die na een ZIKOS-plaatsing zijn overleden. Hij las de namen voor van de eenenvijftig jongeren die hij voor dit rapport sprak. Achtendertig van hen deden tussen beide rapporten een zelfmoordpoging.








