Daphne Bosma (26) zat een jaar in de bijstand. Ze kende de Noordwestgroep, een bedrijf dat mensen helpt aan het werk te komen, en vroeg of ze daar aan de slag kon. „Om weer te wennen aan een routine en sociale contacten op het werk”, zegt ze. „De hele tijd thuiszitten is niet leuk.”

Ze heeft er nu een plek gevonden die bij haar past. Eerst zette ze een tijdje dopjes in elkaar. Daarna vulde ze flesjes met schoonmaakspray voor brillen. Inmiddels is ze in opleiding tot leidinggevende.

Bosma werkte eerder in de kinderopvang, waar ze een opleiding voor heeft gevolgd. „Ik kwam erachter dat dat toch niet helemaal iets voor mij is”, vertelt ze. „Daarna was ik een beetje zoekende.” Binnen een jaar was ze werkzaam in een winkel, bij twee organisaties in de schoonmaak, en bij de post.

Ze voelde zich niet altijd geaccepteerd. Bijvoorbeeld bij die winkel. „Ik heb sociale angst en vond het daardoor moeilijk om contact te maken met klanten”, zegt ze. „Ik kan het wel, maar heb soms wat meer tijd nodig. Mijn baas wilde me die tijd niet geven.”

Het aantal jongeren in de bijstand neemt al dertien kwartalen op rij toe. In de eerste drie maanden van dit jaar steeg hun aantal volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek met 3,4 procent, tot 42.500. Het aantal mensen met een bijstandsuitkering neemt sowieso toe, ook in andere leeftijdsgroepen, maar onder jongeren tot 27 jaar is de stijging het sterkst.