Twee kinderen met dezelfde score op de Cito-toets in groep acht kunnen toch twee verschillende schooladviezen krijgen, afhankelijk van hun positie ten opzichte van de rest van de klas. Dat wijst nieuw onderzoek van de Erasmus School of Economics uit.
Leraren wegen bij het geven van een schooladvies, dat bepaalt of achtstegroepers naar het vmbo, de havo of het vwo kunnen, bewust of onbewust het niveau van de andere kinderen in de klas mee, laat het onderzoek zien.
Kinderen die het best presteren van de klas hebben een grotere kans op een vwo-advies, ten opzichte van kinderen met precies dezelfde Cito-score die niet tot de beste leerlingen van de klas behoren. Omgekeerd geldt hetzelfde: kinderen die het slechtst presteren van de klas, krijgen sneller een vmbo-advies.
„Het kan voor kinderen dus voordelig zijn om in klas te zitten met leerlingen die slechter presteren”, zegt universitair docent Max Coveney, die het onderzoek uitvoerde. Dat is opmerkelijk, omdat eerder onderzoek uitwijst dat een hoog niveau van leeftijdsgenoten er ook toe kan leiden dat kinderen juist gestimuleerd worden om beter te presteren. „Twee interessante effecten met tegengestelde richtingen”, aldus de onderzoeker.







