Niet elke grote wedstrijd wordt gespeeld om een prijs te winnen. Sommige duels worden legendarisch door de manier waarop ze verlopen. De halve finale tussen Italië en West-Duitsland op het WK van 1970 is daar het ultieme voorbeeld van.
De wedstrijd in Mexico-Stad leek lange tijd geen klassieker te worden. Italië kwam al na acht minuten op voorsprong via Roberto Boninsegna en verdedigde die voorsprong met man en macht. 'La Squadra Azzurra' leek op weg naar een zuinige 1-0-overwinning, maar West-Duitsland bleef aandringen.
Dat resulteerde diep in blessuretijd in de gelijkmaker. Karl-Heinz Schnellinger, een verdediger die nota bene uitkwam voor AC Milan, zorgde in de laatste minuut van de reguliere speeltijd voor de gelijkmaker. Het was zijn enige interlanddoelpunt ooit. Wat daarna gebeurde, tartte alle wetten van het voetbal.
Ondanks de slopende hitte en de vermoeidheid aan beide kanten veranderde de verlenging in een spektakel waarin de doelpunten elkaar in razend tempo opvolgden. Gerd Müller zette West-Duitsland op 2-1, maar Italië sloeg vrijwel direct terug. Tarcisio Burgnich, die niet vaak scoorde, maakte gelijk. Luigi Riva bracht de Italianen opnieuw op voorsprong, maar vervolgens had West-Duitsland een antwoord klaar via Müller: 3-3.










