Argentinië wist op 21 juni 1978 precies wat het moest doen om de finale te halen. Brazilië had eerder die dag met 3-1 van Polen gewonnen en stond bovenaan in de tweede groepsfase. Het gastland moest vervolgens met minimaal vier doelpunten verschil winnen van Peru. Negentig minuten later stond er 6-0 op het scorebord in Rosario.

Peru bood in de eerste helft nog behoorlijk goed tegenstand en raakte zelfs twee keer de paal, maar daarna trok Argentinië de wedstrijd naar zich toe. Mario Kempes en Leopoldo Luque scoorden ieder twee keer, terwijl Alberto Tarantini en René Houseman de andere treffers maakten. Argentinië passeerde Brazilië daardoor op doelsaldo en plaatste zich voor de finale, waarin Nederland na verlenging met 3-1 werd verslagen.

Peru was destijds geen kleine voetbalnatie. De ploeg had drie jaar eerder de Copa América gewonnen en beschikte met Teófilo Cubillas, César Cueto en Héctor Chumpitaz over meerdere topspelers.

De 6-0 zorgde dan ook voor argwaan. Dat had niet alleen met de hoogte van de score te maken, maar ook met de politieke situatie. Argentinië werd geregeerd door de militaire junta van Jorge Videla, die het WK als propagandamiddel gebruikte. Ook Peru stond destijds onder militair bestuur.