Op een meter of twintig van al zijn teamgenoten zit Anthony Gordon in het gras. De knieën opgetrokken, zijn armen eromheen geslagen, het hoofd gebogen. Afgekeerd van alle blijdschap ook. De feestende Argentijnse selectie, de uitzinnige fans achter hun doel, de wit met lichtblauwe shirtjes die door de lucht zwaaien – de tengere buitenspeler kan het niet aanzien.
Lang leek hij deze woensdag de held van de natie te worden. Met zijn verrassende loopactie en een fraaie intikker bij de tweede paal zette hij Engeland na een klein uur op voorsprong, in een wedstrijd waarin de emoties voortdurend overkookten. Tot een paar minuten voor het einde leek het daarbij te blijven. New Jersey lonkte, pas de tweede WK-finale in de lange Engelse voetbalgeschiedenis.
Maar zo eindigde het niet, deze grijze middag in luchtvaartstad Atlanta. Opnieuw slaagde Argentinië erin zich in het uiterste staartje van een wedstrijd op te richten na een tegenslag, zoals ook al de drie voorgaande duels in de kruisfinales gebeurde. Een herrijzenis ingeleid door twee assists van Lionel Messi. Oog in oog met zijn aanhang steekt de Argentijnse aanvoerder lachend zijn tong uit zijn mond en balt zijn vuist.
Eigen kracht
Het is even voor drieën als Michael Buffer voor het oog van de camera’s de aankondiging van beide ploegen mag doen. Een grootheid in de Amerikaanse vechtsport, omroeper bij tal van legendarische wedstrijden in het boksen en worstelen. Voor ruim zestigduizend voetbalfans loeit hij in de microfoon de woorden die zijn handelsmerk zijn geworden. „Let’s get ready to rumble!”












