Door de smalle spleet van zijn helm ziet ridder Patryk Zielichowski (34) zijn tegenstander nauwelijks. Soepel wegrennen of bukken gaat bijna niet in een stalen harnas van 22 kilo, laat staan in de Poolse zomerhitte. „Door al het zweet komt er vanzelf een paar kilo bij”, zegt Zielichowski lachend.

Dan gaat hij de arena in.

Zwaard slaat op zwaard. Een houten schild en het harnas vangen de klappen op. Die komen zo hard aan dat het staal soms vervormt. Een slag op de helm doet minder pijn dan het lawaai dat erop volgt; de helm verandert in een klankkast die het geluid rechtstreeks je oren in stuurt. „Je moet wel een sterke nek hebben”, zegt Zielichowski. „Als je de klap niet goed opvangt, kan dat grote gevolgen hebben.”

Dat blijkt deze donderdagochtend op de velden van Grunwald, in het noorden van Polen. Hier wordt jaarlijks de Slag bij Grunwald uit 1410 herdacht (ook wel bekend als de Slag bij Tannenberg), toen het Pools-Litouwse leger de Teutoonse Orde (Duitse Orde) een verpletterende nederlaag toebracht. Op het toernooiveld verdraait de ridder met de langste baard zijn knie. Een ander breekt een vinger, maar haalt zijn schouders op: „Als ik hem niet beweeg, doet het geen pijn.” Een derde ridder stapt uit de competitie met een hersenschudding. En Zielichowski zelf zit onder de blauwe plekken.