De kalme, bijna mompelende zangstem van Clari Freeman-Taylor is een onverwachte factor in de gitaarmuziek van het Britse Mary In The Junkyard. Freeman-Taylor is als een nimf te midden van grauwende en pulserende bijdragen van gitaar en basgitaar, zoals te horen op debuutalbum Role Model Hermit. Haar stem hoeft niet per se gehoord te worden, ze zingt in de eerste plaats zichzelf toe, lijkt het.
Juist daardoor onderscheidt de groep zich van indie-gitaargroepen die resoluter de aandacht opeisen. Meer dan Wet Leg (met wie ze als voorprogramma tourden) en andere door vrouwen aangevoerde bands, vertrouwt Mary In The Junkyard op de kracht van intimiteit.
Prevelend, zuchtend, fluisterend, babbelend deelt Freeman-Taylor ons haar gevoelens en gedachten, en klinkt meesttijds lieftallig.
Maar het trio uit Londen heeft daarnaast genoeg humor en eigenzinnige esthetiek om behaagzucht te voorkomen. De drie leden, die elkaar ooit als tiener leerden kennen op een zomerkamp voor klassieke muziek, houden van een dwars soort composities. Opvallend daarbij is dat ze in hun nummers niet streven naar een hechte muzikale eenheid maar juist de instrumenten los van elkaar laten staan. Met slechts drie stuks – gitaar, bas, drums – leidt dat tot een kaal muziekbeeld, en dat is gewaagd.







