Aldous Harding heeft besloten op te schrijven wat ze weet, zingt ze vroeg op het album Train On The Island in ‘One Stop’. Dingen die ze nog niet zo lang weet, nuanceert ze over een tuimelende akoestische melodie. Ze vervolgt haar missieverklaring met een raadselachtige halve mededeling over een ontmoeting met John Cale van The Velvet Underground, die sprakeloos rijst zat te eten. En dan krijgt ze het ook nog voor elkaar om in elk refrein met de woorden „Imagining from the block” te verwijzen naar Jennifer Lopez’ hook „I’m still Jenny from the block”. Achteloos grappig en wonderlijk spierballenrollen.

Die paar zinnen lijken het vijfde album van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter samen te vatten. Constant schetst ze in een enkele zin een herinnering of aanzet tot een verhaal, om het direct daarna alweer ergens anders over te hebben. Kruimels van een grotere wereld die de luisteraar nooit begrijpt, maar wel kan geloven.

Opener ‘I Ate The Most’ lijkt te gaan over een negenjarig meisje dat de Narnia-boeken leest en van haar moeder houdt. Maar het wordt zo monotoon over de loom cirkelende begeleiding verteld, dat de aandacht vooral wordt getrokken door de eetstoornis die door al die gezellige beelden heen sijpelt. Eerst indirect, met een opmerking over hoe ze voor het eerst haar lichaam verliet, of hoe ze kan bewijzen dat ze het meest heeft gegeten. Iets later zingt Harding hoe ze soms ook eet tot ze overgeeft.