Taaaaa. Ta-ta-ta-ta-tada-da-daaaaaa. De absolute apotheose van de eerste dag van Best Kept Secret past uiteindelijk in deze twee klanken. Eindelijk, leek het volgepakte strand van de Beekse Bergen te zuchten toen Jack White aan het slot van zijn headlinershow de wereldberoemde riff van ‘Seven Nation Army‘ inzette.
Daarvoor had de Amerikaan al ruim anderhalf uur laten horen waarom hij nog altijd tot de spannendste rockartiesten van zijn generatie behoort. In een bad van blauw licht sneed zijn gitaarwerk door de avond: loeistrak en messcherp, voortdurend schakelend tussen ingehouden spanning en explosieve ontlading. White arriveerde in Hilvarenbeek met de wind in de rug. Volgende maand verschijnt zijn nieuwe plaat Frozen Charlotte, waarop hij verder bouwt aan zijn grofkorrelige garage- en bluesrock. Op Best Kept Secret klonken zijn gitaarsolo’s ongepolijst maar trefzeker; ze schuurden langs werk uit zijn solocarrière en nummers als ‘Steady, As She Goes’ van The Raconteurs. Toch kon het publiek zich pas echt volledig laten meevoeren toen die ene riff opdook. Zo’n oersterke oorwurm die zich nog urenlang in je hoofd bleef herhalen.
Zelfs wanneer je direct daarna het strand verruilde voor de tent van Mula, waar alle remmen losgingen. De rapper liet het publiek van voor tot achter springen en veranderde de nacht in een kolkende massa van energie. Minder subtiliteit, meer fysieke ontlading. Mula verdreef Whites riff.










