Mijn vrouw ontgaat veel, maar niet de belofte dat halverwege het tochtje vanuit het verpleeghuis een ijsje wacht. Appeltaart mag ook, en liefst met slagroom, maar dat ijsje is niet te verslaan.

Het is geen vereiste dat het warm weer is, tot diep in de winter koop ik voor haar fabrieksmatig vervaardigde ijsco’s. Maar de ideale setting voor de ijsconsumptie is de zitbank in het zonnetje voor de ijssalon. Daar, bij de rotonde, schicht Amsterdam in hoog tempo aan je voorbij. Dat er relatief in een halfuurtje zo weinig ongelukken gebeuren in dat tumult van auto’s, motoren, fatbikes, fietsen en voetgangers blijft een wonder.

In de bestelling van het ijs heb ik een hoge graad van perfectie bereikt. Het is zinloos is om haar de keus te laten. Kiezen betekent onderscheid maken en dat mag je van haar niet meer verwachten. Op zulke momenten stel ik me haar geest voor als een in het duister gehulde rommelzolder, waar ze tevergeefs zoekt naar vergeten kostbaarheden.

Dus kies ik de ijssoort plus de vorm waarin die moet worden genoten: een bekertje, geen hoorntje! Het hoorntje resulteert onvermijdelijk in geklieder. Dit zijn de momenten waarop je jezelf weer even de vader van vroeger voelt.

Gelukkig is de beloning groot. Innig tevreden kan ze van haar ijs genieten terwijl ze naar het verkeer kijkt. Op deze middag heeft ze ook nog het geluk dat een klein gezin naast ons plaatsneemt: een moeder met een kindje in de kinderwagen en een lief zoontje ernaast. Hondjes en kinderen, dat zijn in die volgorde de fenomenen die haar op deze wereld het meest boeien. Ze gaat er zonder aarzeling mee in gesprek. Hondjes worden bewonderend geaaid en toegesproken, kindjes krijgen vragen en adviezen.