Wat zongen de Sirenen vanaf hun rotsen naar de aan de mast van zijn schip vastgebonden held Odysseus? Dat ik niet echt naar huis wil, vertelt hij.
Blockbusterfilm The Odyssey van Christopher Nolan, deze week in de bioscoop, heeft de ambitie dé zomerhit van 2026 te worden. Een toeristisch zwaard-en-sandalen-epos van marmer, azuren zee en gouden strand is het niet, wel een rauw en heftig avontuur van flakkerende toorts, mist en rafelrots. De thema’s zijn bekend: oorlog, posttraumatische stressstoornis en dislocatie. Odysseus wordt geplaagd door schuld: hij won, maar richtte een genocide aan. Wil hij wel naar huis? Kan hij daar nog aarden? Actueel is de onderstroom van dreigend beschavingsverval die Nolan eraan toevoegt: de erecode van het bronzen tijdperk ligt in duigen, mede door Odysseus.
Christopher Nolan is de eerste echte topregisseur die zich aan het bekendste heldenepos ter wereld waagt. Velen – James Joyce, Stanley Kubrick, de gebroeders Coen – lieten zich door de Odyssee inspireren, maar die echt verfilmen? Zo moeilijk lijkt dat niet op het eerste gezicht. Odysseus is een interessant complexe held: een sluwe leugenaar, volhardend en praktisch, maar ook een overmoedige bluffer die de goden uitdaagt.














