Zelfs als je het maar met een half oog volgt, valt tijdens het WK voetbal op hoe flexibel nationalisme is. Ikzelf ben geen liefhebber , maar ik merkte het aan mijn vrienden. Allemaal mensen met een Nederlandse nationaliteit, die achtereenvolgens Curaçao als favoriet hadden en Kaapverdië. Zelf kon ik niet treuren om het verlies van Nederland tegen Marokko, en dat was geloof ik niet een geval van oikofobie (angst voor het eigen huis) zoals Thierry Baudet het bedoelt, maar eerder het gevolg van de snoeverij van Nederlandse voetbalexperts. Het Marokkaanse team zou uit ‘lilliputters’ bestaan, hoorde ik bij Vandaag Inside Oranje: bepaald niet hartverwarmend. Nederland stond vóór de wedstrijd hoger op de FIFA wereldranglijst. Daarna had Marokko Nederland op diezelfde lijst ingehaald.
Er zijn drie spelers van Marokko die in Nederland zijn geboren, ik stelde me voor hoe hun grootvaders in de jaren zestig nog in hun vaderland werden onderzocht door Nederlandse controleurs: op hun gebit en algehele conditie en Franse taalbeheersing. Nu strijden hun kleinzonen voor het land waar hun grootouders thuis waren. Dat is revanche, de underdog neemt het over van de gedoodverfde winnaar. Ja, het gaat om het voetbalspel zelf, maar juist tijdens dit WK werd nog eens duidelijk hoe innig het spelletje vervlochten is geraakt met mondiale politiek.






