Het zal aan mijn bubbel liggen, maar op de kinderen na ken ik niemand die echt dacht dat Nederland wereldkampioen zou gaan worden. Ik sliep de nacht van Nederland-Marokko in een hotel op een parkeerterrein bij Würzburg. Ik werd wakker gebeld door mijn oudste dochter (10) die speciaal de wekker had gezet om de volgende dag mee te kunnen praten. Ze zat met Eva op de bank, ze miste me vanwege de deskundigheid.

„Het gaat mama gewoon om de gezelligheid.”

Tijdens ons gesprek scoorde Gakpo, daarna werd de verbinding verbroken. Dat lag aan de wifi in het hotel. Pas na de uitschakeling hadden we weer – kort – contact. Ze stopte met het verzamelen van Panini-stickers, het door mij aangeschafte album moest ik zelf maar vol zien te krijgen. Ze zou het op de kast in de huiskamer leggen, waar het inderdaad bleek te liggen. Toen ik thuiskwam vroeg ze hoe het in Duitsland was geweest, maar vooral wat voor straf Koeman moest hebben. Door hem konden de spelers niet eens op doel schieten, ze hadden het met gym geprobeerd: bijna iedereen kon het wel. Zelf kon ze niet hard schieten. „Maar ik kan wel mikken.”

Soms nam ik niet eens een aanloop, dan schoot ik uit stilstand in een hoek

Ik vertelde hoe ik penalty’s placht te nemen. Soms nam ik niet eens een aanloop, dan schoot ik uit stilstand in een hoek.