Voor het eerst ooit zijn brandblusvliegtuigen in actie gekomen in het Île-de-France, een noordelijke regio van Frankrijk. De vliegtuigen haalden water uit de Seine dat op het sinds zondag brandende bos bij Fontainebleau werd gegooid. Dit ecologisch belangrijke woud, vernoemd naar een koninklijke jachthond, heeft ook in de Franse cultuur een ereplaats.

De natuurbrand leidde tot sluiting van de belangrijkste snelweg vanuit Parijs naar het zuiden van het land, bekend als de Autoroute du Soleil, en tot urenlang oponthoud voor treinreizigers. Negenhonderd inwoners werden geëvacueerd. In het bos waren honderden brandweerlieden bezig de brand te blussen.

Van de 22.000 hectare van het bos was maandagmiddag 800 hectare verbrand. Het blussen kan nog dagen of zelfs weken duren, zei de brandweer maandagmiddag, al was er de hoop dat de uitbreiding van de brand die dag gestopt kon worden. Het vuur is mogelijk aangestoken, zei minister van Binnenlandse Zaken Laurent Nuñez tijdens een bezoek aan het gebied. Er waren tien brandhaarden gevonden binnen een gebied van een kilometer.

„Zeer uitzonderlijk en zeer zorgelijk”, zo omschrijft Gert-Jan Nabuurs, hoogleraar Europese bossen aan Wageningen University and Research, deze brand. „We weten het allemaal, de weersextremen die steeds verder naar het noorden gaan. Maar dit zijn in principe vochtige bossen die niet snel branden. Een bosbrandje kan altijd ontstaan, dat is in een gebied met veel recreatie niet zo bijzonder. Dat zo’n brand zo om zich heen grijpt, dat is wel apart.”