Eerlijk is eerlijk: anno 2026 is een goede productie van Mozarts opera Die Zauberflöte een toverdaad op zich. Wat moet je beginnen met dat malle, bovendien met vrouwonvriendelijke én racistische elementen gekruide verhaaltje over een wraakzuchtige koningin, een vogelvanger die zo naar „een meisje of een vrouwtje” verlangt en een saaie prins – dit alles afgemaakt met de nodige vrijmetselaarssymboliek?
Sommige regisseurs kwamen met een verrassende, echt eigen benadering (Simon McBurney, bij voorbeeld). Op papier verdient deze nieuwe enscenering van regisseur/videokunstenaar/cineast Clément Cogitore ook lof voor de ernst van de poging. Maar als levende voorstelling? Nee, zo bezien is deze Zauberflöte een teleurstelling. Te vol, te triest en beladen, te weinig speels. Nog een bezwaar: de muzikale benadering van dirigent Leonardo Garcia-Alarcon sluit naadloos op die benadering aan. Garcia-Alarcons Mozart klinkt – hoewel goed gespeeld – overwegend looiig. Sprankel, scherpe timing, een kinderlijke lach en een verlichtende boodschap weten regie noch muziek tevoorschijn te kietelen, en Mozart ambieerde dat wel. Dat blijkt een bezwaar waar je niet zomaar overheen stapt.
Naoorlogse beelden van honger











