Zoals turners en wetenschappers naamgever worden van een bijzondere oefening of revolutionaire uitvinding, zo verwierf de Tsjechische voetballer Antonín Panenka eeuwige roem met zijn benutte strafschop op 20 juni 1976. Geen voetbalbegrip zo universeel als de panenka, een verwijzing naar zijn lepe penalty in de strafschoppenserie van de EK-finale in Belgrado. Met een boogbal recht door het midden gaf hij de naar een hoek duikende West-Duitse doelman Sepp Maier letterlijk het nakijken. Einde wedstrijd. De titel voor de underdog.
De trage, besnorde middenvelder van Bohemians Praag en later Rapid Wien – hij kreeg eind 2020 corona, lag een week op de intensive care maar overleefde – blijft voorlopig onsterfelijk. De 77-jarige Panenka woont weer in zijn geboortestad Praag, waar hij op straat nog steeds wordt aangeklampt om die ene panenka, al leert de geschiedenis dat de Schot Billy Meredith hem een halve eeuw eerder was voorgegaan. Van Panenka’s panenka zijn televisiebeelden bewaard gebleven, de penalty door het midden van Meredith werd pas bekend nadat historici in een krantenarchief waren gedoken. Hij kreeg ook postuum niet de credits die hij verdiende.
Sinds zijn winnende doelpunt in de zomer van 1976 is de panenka in wedstrijden duizenden keren nagebootst. Vaak liep het goed af, soms ook niet. De mislukte panenka’s staan op ieders netvlies. Zo miste de Argentijnse sterspeler Lionel Messi in 2024 een beslissende strafschop in de Copa América. In het vrouwenvoetbal is de panenka overigens nog niet ingeburgerd, al worden ze daar sporadisch genomen.
















