594 dagen zit de Oezbeekse familie Babayants al in ‘kerkasiel’ in Kampen. Zolang de vele vrijwilligers van wijkkerk Open Hof de eredienst gaande houden, kan de familie – die na twaalf jaar in Nederland uitgeprocedeerd is – het land niet uitgezet worden. Vorig jaar zei Ariana Babayants (15) tegen NRC: „Ik kan niet geloven dat we hier al bijna een jaar zijn. Maar de tijd vliegt voorbij, met allemaal mensen om ons heen. Ik heb veel lieve mensen ontmoet hier, dat geeft motivatie om verder te gaan, sterk te blijven.”
Maar een uitzondering maken voor het gezin, zodat het toch een verblijfsvergunning krijgt, wil het kabinet niet. Dat maakte asielminister Bart van den Brink (CDA) nogmaals duidelijk in een interview met het Nederlands Dagblad, afgelopen april, toen het gezin vijfhonderd dagen in kerkasiel zat. „Aan het einde van elke asielprocedure doet de [immigratiedienst] IND uitspraak en toetst de rechter die nog eens. Als er dan geen grond is gevonden om asiel te verlenen, betekent het dat mensen hun toekomstperspectief moeten vinden op de plek waar zij vandaan zijn gekomen.” Kerkasiel, zei Van den Brink, „is geen onderdeel van de asielprocedure”.
Afgelopen maandag publiceerde CDA-leider Henri Bontenbal een brief aan de „betrokkenen en sympathisanten” van het kerkasiel in Kampen. Hij hield zich lange tijd afzijdig, maar wilde nu toelichten waarom het CDA „geen voorstander is van een nieuw kinderpardon”. Directe aanleiding voor zijn brief vormden de tachtig postzakken met twaalfhonderd handgeschreven brieven die afgelopen maand aan de Tweede Kamer werden aangeboden. Het waren steunbetuigingen voor de vier kinderen uit het gezin Babayants en ruim vierhonderd andere kinderen zonder verblijfsvergunning die wel in Nederland ‘geworteld’ zijn.







