Het is iets na drie uur ’s nachts wanneer Curtis Yarvin (52) plots begint te huilen. We zitten in de loungebar van Schloss Elmau, een vijfsterrenhotel in de Beierse Alpen. De laatste fles riesling is al meer dan een uur op. Het personeel is naar bed. Ik ben alleen achtergebleven met Yarvin en een 24-jarige assistent van een New Yorker-journalist.
„Mijn vrouw is zo goed voor mij”, zegt Yarvin. De tranen rollen over zijn wangen. „Ze zit alleen thuis met onze drie maanden oude baby. Ik ben haar zo dankbaar.”
De extreemrechtse blogger Curtis Yarvin geldt als een van de invloedrijkste denkers tijdens de tweede presidentstermijn van Donald Trump. Hij pleit voor de invoering van een dictatuur geleid door een almachtige ceo, is anti-egalitair en noemt democratie een „mislukt experiment”. De Amerikaanse vicepresident JD Vance put inspiratie uit Yarvins ideeën en noemde Yarvin vorig jaar tijdens een feestje van de Republikeinse megadonor Peter Thiel „jij reactionaire fascist”. Yarvin heeft het oor van heel wat uiterst rechtse medewerkers van het Witte Huis.
En nu zit hij tegenover mij – warrig zwart haar, bruin tweedjasje, neutraal brilletje, gekreukt grijs hemd, jeansbroek en donkere chelseaboots – monologen af te steken over het belang van dictatuur en tranen te laten over zijn vrouw die alleen voor zijn pasgeboren baby moet zorgen.






