Anthony Fleming koos een strategische plek om zijn campingtafeltje uit te klappen. Hij staat langs het voetpad midden op de National Mall in Washington, het uitgestrekte grasveld tussen het Congres en het Witte Huis. Zijn missie: handtekeningen verzamelen om de ongereguleerde opmars van kunstmatige intelligentie te stoppen. Zijn wapens: folders, buttons en een goed gesprek.
Fleming is de regionale coördinator van Pause.AI. Samen met twee andere jonge vrijwilligers haalt hij op een zaterdagmiddag in mei zestig steunbetuigingen op. Niet slecht, vinden ze.
De Pause.AI-beweging startte in Nederland maar vindt ook weerklank in de VS. In het land waar ChatGPT werd geboren, lijkt niets de AI-race nog af te remmen; techbedrijven steken honderden miljarden dollars in nieuwe datacenters en hun AI-modellen worden gretig omarmd door het Pentagon.
„Gewone Amerikanen zien liever dat het bedrijfsleven minder hard van stapel loopt.”, zegt Fleming. „Er is veel lokaal protest tegen de grote datacenters, en een groeiende angst dat AI je werk overneemt of je kinderen tot zelfmoord kan drijven.”
De AI-sector kreeg van de tweede regering-Trump ruim baan en alle regels die de regering-Biden opstelde om AI veilig te houden, gingen de prullenbak in. Maar Fleming voelt dat er verandering in de lucht zit. Hij put moed uit de aanvaring tussen het Pentagon en Anthropic. Deze toonaangevende AI-ontwikkelaar weigerde producten te leveren die massasurveillance ondersteunen, of de inzet van dodelijke autonome wapens mogelijk maken. Het Pentagon was van plan Anthropic in de ban te doen: militairen willen zich niet door een leverancier laten voorschrijven hoe ze hun wapens inzetten.











