„Ooit werkten de briljantste ingenieurs samen met overheden om wereldveranderende technologieën verder te brengen,” schrijft de oprichter van AI-surveillancebedrijf Palantir, Alex Karp, in zijn boek The Technological Republic (2025). „Hun harde werk verzekerde de dominantie van het Westen”, vervolgt hij. In het boek schetst de technologie-ondernemer, met hoofdstuktitels als „Bouw betere geweren”, hoe techbedrijven veel nauwer moeten samenwerken met overheid en leger, en hoe overheden op hun beurt een „ingenieurs-mindset” moeten kweken zoals in Silicon Valley.

Karp en zijn bedrijf Palantir zijn controversieel vanwege onder andere de betrokkenheid bij opsporingsdienst ICE en Israëlische acties in Gaza, maar hij heeft duidelijk het oor van de regering-Trump en sommige collega-ondernemers in Silicon Valley. Afgelopen donderdag onthulde Financial Times dat OpenAI, een van de grootste AI-bedrijven van de wereld en de maker van chatbot ChatGPT, in gesprek is met de regering-Trump om de Amerikaanse staat een aandeel te geven van 5 procent in de onderneming. Het is een plan dat precies het soort samenwerking tussen staat en Big Tech zou creëren dat Karp en zijn medestanders graag zien.

De plannen zijn nog in een vroeg stadium, maar ze tonen de snel groeiende verwevenheid tussen de grootste AI-bedrijven ter wereld en het Amerikaanse staatsapparaat. De Amerikaanse regering nam onder Trump ook al een aandeel van bijna 10 procent in chipgigant Intel, en staatsbelangen in quantumchipmaker Anderon, diverse andere bedrijven in quantumtechnologie en ondernemingen in zeldzame aardmetalen. De overheid sloot daarnaast deals met AI-chipmakers Nvidia en AMD waarbij verkoop van geavanceerde AI-chips aan China alleen wordt toegestaan als 15 procent van de omzet naar Washington vloeit.