Tot voor kort wist ik niet wat ‘zomerlezen’ was. Had ik moeten gokken, dan zou ik zeggen: de borden op de route du soleil lezen, of het huurcontract van het vakantiehuis, of een plakkerige menukaart. Maar zomerlezen blijkt een initiatief van de CPNB en houdt in: het lezen van het zomerlezengeschenk, Petit Café du Bonheur van Ilja Gort.
Een oververhitte boekhandelaar overhandigde me stilzwijgend het boekje bij de aanschaf van een ander boek. Ook ik had het warm en verzette me niet. Met een kort knikje namen we afscheid, ik sleepte mezelf naar huis en ging op de bank liggen. Het boek dat ik echt wilde hebben was vrij dik, bij nader inzien te dik om op te tillen in die verzengende hitte. Zo kwam het dat ik ineens aan het zomerlezen was.
Snel, maar minder snel dan anders had ik de truc door. Op elke pagina valt het woord ‘loom’, in elk hoofdstuk tjirpen er cicaden en elke boom is een plataan. Als Ambi Pur Lavendel een boek was, dan was het dit geschenk. De verhaallijn bleek ook bij vijfendertig graden nog goed te volgen. De Nederlandse Fleur Blom koopt min of meer per ongeluk een aftands doch charmant café in een Frans dorp en weet het gehucht ‘met lef en humor’ voor zich te winnen. Lef en humor: twee zaken waar de Fransen dol op zijn, vooral bij brutale Nederlanders. Het café wordt een succes, maar vermoedelijk alleen omdat de plaatselijke petanquespelers het wel gezellig vinden, zo’n jonge Hollandse patronesse.














