Nederland kent bijna geen schuldeiser waarbij de bedragen zo snel kunnen stijgen als bij het CJIB, dat de verkeersboetes int. Het vorige en huidige kabinet houden dat systeem in stand voor de inkomsten, maar de vraag is of dit wettelijk gezien wel mag.

De rechtbank Den Haag stapte naar de Hoge Raad met de vraag of het juridisch wel te verantwoorden is dat het boetebedrag van een inwoner van 1.000 euro naar ruim 3.000 euro is gestegen. De man kreeg zeven verkeersboetes in een jaar tijd en betaalde niet op tijd.

Hij is niet de enige die hiermee te maken heeft. Ongeveer 15 procent van de miljoenen verkeersboetes wordt opgehoogd omdat ze niet op tijd worden betaald. De eerste verhoging bedraagt gelijk 50 procent van het boetebedrag. Daarna volgt een verhoging van 100 procent. Sinds 1 juli stuurt het CJIB wel eerst een herinnering voordat de boete wordt verhoogd.

Niet iedereen is in staat om de boete te betalen, waardoor de betalingstermijn wordt gemist. Er zijn ook gevallen waarbij burgers er niks aan kan doen dat er niet op tijd wordt betaald. De AG stelt dat het belang van de burger en het algemeen belang dat met een boete moet worden gediend niet met elkaar in verhouding staan. De verhogingen kunnen zelfs tot schuldenproblematiek leiden.