De Nederlandse regering had verkeersboetes in 2024 en 2025 niet mogen verhogen, zo heeft de rechtbank in Utrecht deze week in drie uitspraken geoordeeld. Door de verhogingen is „scheefgroei” ontstaan tussen boetes voor verkeersovertredingen en voor andere strafbare feiten. In 2024 werden boetes met 10 procent verhoogd vanwege inflatiecorrectie en een „beleidsmatige” verhoging en in 2025 was er nog een inflatiecorrectie van 3,2 procent.
Die „scheefgroei” had het Openbaar Ministerie ook al vastgesteld in een rapport van 2023. Verkeersboetes zijn dubbel zo hard verhoogd als boetes voor andere strafbare feiten. Zo betaal je voor een eenvoudige mishandeling (in het rapport een ‘droge klap’ genoemd) een boete van 400 euro, terwijl parkeren op een plek voor gehandicapten 440 euro kost.
Na het rapport adviseerde de Raad van State de regering om boetes niet te verhogen om een begrotingstekort te dichten, zoals was aangekondigd in de Voorjaarsnota van 2023 – naast een jaarlijkse indexering van 5,7 procent zou daarvoor een extra verhoging van 4,3 procent worden doorgevoerd. De verhoging van in totaal 10 procent ging ondanks het advies van de Raad van State door.
De Utrechtse rechter noemt de verhogingen van 2024 en 2025 nu „verkapte belastingheffing” om de begroting rond te krijgen. „Dat is niet toegestaan en het belang van de Rijksbegroting kan daarom geen argument zijn om de boetes te verhogen.” Dat was het oordeel in drie zaken die boeteontvangers hadden aangespannen: hun boetes worden verlaagd naar het bedrag dat gold in 2023.








