‘Cressperience’ staat in grote letters boven de balie van tuinder Koppert Cress in het Westland. Hier is het de bedoeling dat „gastronomie en tuinbouw elkaar ontmoeten”, zegt kwartiermaker Natasja van der Lely. De kantine heet bij deze tuinder dan ook het restaurant. „We leveren cressen, microgroenten, aan restaurants en hotels in de hele wereld, het hogere segment zeg maar”. Eigenaar Rob Baan is volgens Natasja een beetje een eigenzinnige man. Rob wil van Nederland het gezondste land van de wereld maken. We lopen door het gigantische pand naar het restaurant. Onderweg komen we drie kartonnen Rob Baans tegen die het boek van Rob Baan presenteren. Hij ziet er, met een kroon van microgroenten, inderdaad eigenzinnig uit.

Overal in het lichte restaurant staan dozen met blauwe bakjes vol microgroenten, zoals radijs en bonen. Het dagmenu: ’truffelpolenta, oesterzwam, coeur de boeuf en naanbrood met kikkererwten en massala’. Drie chefs leggen de laatste hand aan de perfect opgemaakte borden. Er zijn twee verse soepen, vier salades en vers brood met zelfgemaakt beleg. Geen plakken worst, geen hagelslag, geen karnemelk en geen kroketten. „We hebben geeneens een frituur”, zegt Natasja. De lunch is gratis. Gratis lunch aanbieden kan in Nederland niet zomaar. Daar moeten bedrijven tachtig procent belasting over betalen. Dat vond Rob Baan een probleem. Bij de Hoge Raad kreeg hij gelijk. Een gezonde lunch draagt bij aan goed werkgeverschap en het arbobeleid.