Als iemand op de Zuidas in Amsterdam een bord geroosterde pomodori-paprikasoep laat vallen, is de hele kantine in shock. Kleng, pats, stilte. Op de terrazzovloer ligt het kapotte diepe bord in een rode plas met brokjes. „OMG, ik krijg helemaal plaatsvervangende schaamte”, fluistert een jonge consultant tegen een andere. Managing partner Tessa van Swieten (37) vouwt haar nog lege dienblad kordaat onder haar arm en vraagt iemand van het keukenpersoneel om de kledder soep op te moppen. Dit soort disruptieve intermezzo’s zijn de werknemers van de Boston Consulting Group niet gewend.

De lunch is uitgebreid en elke dag anders. Vandaag pappardelle met prei en een optie op stoofvlees, een blini met avocadocrème en garnaal, een salade van wilde spinazie met feta en edamameboontjes. Betalen hoeft niet, dat gaat via het salaris. In het Pinterestachtige droomkantoor is ook ontbijt geregeld en er is een ‘specialty coffeebar’. Om 12 uur stipt stroomt de kantine vol. Iedereen is jong. Elke Zara-variant van het blauwe corporate overhemd is op de zesde verdieping van het consultancykantoor te zien.

Maarten de Nooijer (26) zit aan tafel met drie Belgische collega’s die hier zijn voor een „case”. Maxim, Sebastiaan en Jean zijn net als Maarten halverwege de twintig en dragen, net als Maarten, een lichtblauw overhemd. Alle vier namen ze de pappardelle met stoofvlees en verse Parmezaanse kaas. Het kantoor in Brussel heeft geen lunch, de mannen zijn blij als ze in Amsterdam mogen werken en lunchen.