Wie bij het moeras van Wiels, vlak bij het Brusselse Zuidstation, keurig aangeharkt groen verwacht komt bedrogen uit. Op de oevers liggen glasscherven, de betonnen pijlers van de aangrenzende spoorlijn staan vol graffiti en in het water zelf zijn, tussen de zwemmende zwanen, nog de funderingspalen van een nooit gebouwde parkeergarage te zien. Dit is wilde natuur: ruig, weerbarstig, eigenzinnig. Ongepland.
„Tot in de jaren tachtig was dit één groot industrieterrein”, vertelt landschapsarchitect Björn Bracke (1986). „Hier huisde een van de toonaangevende bierbrouwerijen van België, Wielemans, bekend van hun Wiels-pils. Maar de brouwerij ging failliet en het terrein werd opgekocht door een projectontwikkelaar die er een ultramoderne kantoorwijk wilde bouwen.” Met een glimlach: „Je ziet wat er terecht van is gekomen.”
De afgelopen jaren kwam Bracke regelmatig in dit marais – Frans voor moeras. Hij gebruikte het als case study voor zijn proefschrift. Eind juni promoveerde hij aan de universiteit van Leuven op zijn onderzoek naar de multi-species city. Vrij vertaald: de meersoortige stad. „Ik wilde onderzoeken hoe je een stad zo inricht dat niet alleen mensen maar ook dieren en planten zich er thuis voelen. Nog te vaak zéggen we ecologisch te zijn maar ondersteunen we het samenleven niet – of alleen als het ons voordeel oplevert. De natuur mag er zijn als we ervan kunnen profiteren: bomen voor de schaduw, insecten voor onze voedselvoorziening. Het wordt tijd dat we die andere soorten niet langer zien als objecten, maar als gelijkwaardige subjecten. Daarin is, in mijn opinie, een belangrijke taak weggelegd voor landschapsarchitecten. Wij kunnen met onze schetsen die meersoortige stad verbeelden, aantonen dat die echt kan bestaan.”






