‘Hier pal onder onze voeten ligt nu dus het spoor”, legt Tess Broekmans uit naast het oude monumentale stationsgebouw van Delft. Broekmans, die als hoogleraar stedenbouw aan de Technische Universiteit van Delft onderzoek doet naar stedelijke transformatie, laat de kersverse spoorzone zien waaraan sinds 2009 is gewerkt. Als een groene loper strekt het langgerekte Leeuwenhoekpark zich voor ons uit. Het spoorviaduct uit de jaren zestig dat hier lag, spleet de stad in tweeën. En zo beleefden Delftenaren hun stad ook: als twee gescheiden werelden. Het spoorviaduct werd gesloopt en vervangen door een tunnel. Zo ontstond een langgerekte leegte voor een gloednieuw stadsdeel: Nieuw Delft.

Langs het stadspark zijn ruim tweeduizend woningen in aanbouw. Her en der staan nog bouwhekken, zand stuift over het trottoir. Maar het meeste is af. Naast een nieuw station met daarin het stadskantoor, het culturele Huis van Delft, winkelruimten, een bioscoop, studentenwoningen en een hotel, zijn er in het omvangrijke plan Zicht op Delft van Palmbout Urban Landscapes zelfs grachten aangelegd. Hier werden de wereldberoemde stadsgezichten van Johannes Vermeer op het doek gezet.

Overal in Nederland krijgen in onbruik geraakte industriegebieden, leegstaande kantoren en parkeerterreinen, uitgedoofde buitenwijken en spoorzones van Utrecht en Tilburg tot Zwolle en dus Delft een tweede leven. Het zijn plekken waar aan ‘stadsverdichting’ wordt gedaan: het bijbouwen binnen de bestaande stad. Dat klinkt misschien minder heldhaftig dan de ‘tien nieuwe steden’ waarmee D66 de afgelopen verkiezingen won. En het is meestal ook ingewikkelder en tijdrovender dan rijtjeshuizen ‘in de wei’ bouwen.