Ecologie Onderzoek in het Amsterdamse Bos moet uitwijzen hoe de bijzondere kanten van dit groene ‘eiland’ beter uit de verf kunnen komen, ruim negentig jaar nadat werd begonnen met de aanleg ervan.

Hoe kunnen midden in een bos een paar bomen opvallen? En hoe kan het grootste stadsbos van Nederland, het Amsterdamse Bos, meer onderdeel worden van de stad? Midden in het Amsterdamse Bos is een zogeheten bos-lab ingericht, om deze en andere vragen te onderzoeken.

Een bos-lab is voor het ongetrainde oog niet direct herkenbaar. Er staat geen meetapparatuur, zelfs geen bordje dat hier onderzoek wordt verricht. Maar toch is er iets anders aan dat groepje metasequoia’s daar in een hoekje van het bijna duizend hectare omvattende bos. Rond de vijf grote naaldbomen groeit alleen lage vegetatie. Dat is geen toeval, maar het gevolg van een ingreep, vertelt landschapsarchitect en onderzoeker Eva Willemsen tijdens een fietstochtje door het bos. Om deze bomen de ruimte te geven, moest er flink gekapt en gemaaid worden. Tot twee jaar geleden waren deze bomen omgeven door struiken en opkomende bomen en vielen ze weg in het groene landschap.

Eva Willemsen.

In totaal zijn er zeven van dergelijke locaties in het bos. Ze zijn onderdeel van een jarenlang onderzoek naar de rol en betekenis van het stadsbos, vertelt Eva Willemsen (33). Dat is nodig, want het stadsbos hoort nergens echt bij: het is geen natuurbos en geen productiebos. Wat precies de waarde en functies ervan kunnen zijn, daar is onduidelijkheid over.